West Papua

where-is-west-papuaNederlands Nieuw-Guinea, Irian Barat, Irian Jaya, West Papua, Papua: het zijn slechts enkele namen die het land kent dat op 20 juni 1545 werd “ontdekt” door de Spanjaard Inigo Ortiz de Retes. Deze gaf het na Groenland grootste eiland ter wereld de naam ‘Nueva Guinea’. Sinds 1 januari 2001 mag deze provincie van Indonesië zich officieel ‘Papoea’ noemen. Maar hoe raak je als land in een situatie verzeild waarin je al meer dan 45 jaar onderdrukt wordt door je buren? Geen gemakkelijke vraag.

Een historisch overzicht
Het antwoord op bovenstaande vraag begint bij het Nederlandse koloniale bestuur vanaf 1714. Nederland heeft als koloniale mogendheid vm. Nederlands Oost-Indië meer dan drie eeuwen bestuurd. In 1848 besloten de Nederlanders en Engelsen, inmiddels ook in Nieuw Guinea gearriveerd, een grensgeschil over waar nu precies het Engelse grensgebied begon en het Nederlandse ophield eenvoudig op te lossen. Ze trekken eenvoudigweg een lijn dwars door het land langs de 141ste meridiaan. Een historische (mis)stap waarvoor niet de Nederlanders of Engelsen, maar de Papoea’s tot vandaag de dag de prijs betalen. Wat voorheen één land en één volk was werd plotseling twee landen: de Papoea’s aan de rechterkant van deze lijn, in Papua Nieuw Guinea, werden onafhankelijk in 1975. Voor de Papoea’s aan andere kant werd de basis gelegd voor een moeizame lijdensweg die helaas nog steeds voortduurt.

Touwtrekkerij
Op 17 augustus 1945, nadat Soekarno en Hatta de Indonesische onafhankelijkheid hadden geproclameerd, hebben de Indonesiërs vooralsnog geen belangstelling voor Nieuw Guinea dat voorlopig onder Nederlands heerschappij blijft. Vanaf eind 1951 beweerde de Indonesische regering plots dat de soevereiniteit wel was overgedragen. De kwestie Nieuw Guinea bleef voortslepen en vormde een serieus conflict tussen de beide landen in de periode tussen 1951 en 1962. Intussen werden vanaf januari tot maart 1961 in geheel Nederlands Nieuw-Guinea rechtstreekse parlementsverkiezingen gehouden. Op 5 april 1961 vond de installatie plaats van het eerste (gekozen) parlement van West Papua: de Nieuw Guinea Raad. Op 1 december 1961 wordt de nieuwe vlag en het Papua-volkslied ‘Hai Tanahku Papua’ officieel in gebruik genomen, tot grote onvrede van Indonesië die met een heuse oorlog dreigt. Nederland wordt hoe langer hoe meer onder druk gezet door de VS om het conflict met Indonesië op te lossen. De toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Luns, houdt vast aan dit Nederlandse stukje in de Oost, maar krijgt steeds minder steun. Als Indonesië haar eerste infiltranten via een luchtaanval op Nieuw Guinea dropt, Rusland zich ook met het conflict bemoeit en ook Australië en Engeland Nederland de rug toekeren, trekt Nederland ten slotte haar handen af van de Papoea’s. Onder druk van de Amerikanen, vooral de gebroeders Kennedy, aanvaardt Nederland uiteindelijk een nieuw plan: Plan Bunker. De Papoea’s zelf, de belangrijkste partij bij de onderhandelingen zou je verwachten, worden niet geraadpleegd.

New York-Agreement
Het Plan Bunker voorzag in de eerste fase de overdracht van het bestuur door Nederland aan een voorlopig bestuur van de VN op 1 oktober 1962. De VN droeg vervolgens het bestuur over aan Indonesië op 1 mei 1963. De tweede fase van het plan bestond uit zes à zeven jaar Indonesisch bestuur, waarna de Papoea’s door middel van een referendum zouden kunnen kiezen tussen aansluiting bij Indonesië of een zelfstandige natie vormen. Dit plan werd bezegeld met een akkoord: de New York Agreement van 15 augustus 1962. Vanaf dat moment begint de ellende voor de Papoea’s pas echt. In Irian Barat, zoals het dan heet, wordt elke uiting van Papua-nationalisme bloedig onderdrukt: het Indonesische leger houdt door het hele land strafexpedities met bombardementen en raketaanvallen.

“De dag waarop alle Papoea’s huilden”
Op 4 augustus 1969 wordt de zgn. volksraadpleging inderdaad gehouden. Het blijkt een farce: een toneelspel waarbij Indonesië de regie volledig in handen heeft. Hoewel in de New York-Overeenkomst duidelijk beschreven stond dat de VN als controlerend, toezichthoudend en adviserend orgaan moest toezien op de uitvoering van het akkoord, was de rol van de VN een schertsvertoning. Nieuw Guinea staat dan al enige jaren onder Indonesisch bestuur en van enige vrijheid voor de Papoea’s is dan allang geen sprake meer. In plaats van het “one man/woman-one vote”-syteem volgens internationale normen, wordt een Indonesische versie van het poldermodel gehanteerd “Musyawarah”, een schending van artikel 18 van de Overeenkomst waarin staat dat de daad van zelfbeschikking uitgevoerd moet worden volgens “internationale normen”. Er worden 1.022 kiesmannen geselecteerd die een volk van 800.000 zielen vertegenwoordigen. Ze worden ruim van tevoren in afzondering bijeen gebracht, geïndoctrineerd, geïntimideerd of juist overladen met cadeaus, alles om ‘overeenstemming’ te bereiken. Over de uitslag mocht nl. geen twijfel bestaan: iedereen wordt nadrukkelijk ‘verzocht’ te kiezen voor aansluiting bij Indonesië. Dit gebeurt dan ook. Eén van de kiesmannen, ds. Ori Hokojoku, kenschetste die dag in een interview met het Algemeen Dagblad december 1998 als: ‘De dag waarop alle Papoea’s huilden.’

‘Glorieus Irian’
Al vanaf het begin hebben de Papoea’s zich verzet tegen de komst van Indonesië. Het merendeel van de Papoea’s heeft zich nooit willen neerleggen bij het resultaat van de ‘Act of Free Choice’. Indonesië was dan ook vastberaden opstandige Papoea’s hard aan te pakken. Om met Soekarno’s woorden te spreken: “Alle inwoners van Indonesië, van Sabang tot Merauke, die actieve politiek bedrijven die strijdig is met de ideologie en de politiek van de Indonesische staat zullen ter dood veroordeeld worden.” 1

Irian Barat heet vanaf dat moment ‘Irian Jaya’, oftewel ‘Glorieus Irian’. Na de volksraadpleging storten multinationals zich op de glorieuze rijkdom aan delfstoffen in West Papua. Een ‘goed’ voorbeeld hiervan is exploitatie sinds 1967 van de Koperberg en de daarnaast gelegen Grasberg die samen ongeveer de grootste ertsvoorraad ter wereld bevatten door de Amerikaanse mijngigant Freeport McMoRan. De enorme mijn is goed voor ten minste 40 miljard Amerikaanse dollars aan koper en goud en zo’n 300 duizend ton giftig afval per dag. Een kwart eeuw later sluit Freeport een contract waarbij het zijn concessiegebied uitbreidt met 2,5 miljoen hectare, een gebied zo groot als de Benelux waarin vijf Papoea-volken woonden. Het straatarme Indonesië heeft grote belangen bij de aanwezigheid van Freeport: het bedrijf is de grootste bron van belastinginkomsten voor Indonesië. Vanaf 1970 volgen al snel meer bedrijven die aardolie wonnen, er tropisch hardhout haalden of de visrijke wateren rond West Papua leegvisten. Van de 41.5 miljoen hectare regenwoud van West Papua is er meer dan 27.6 miljoen hectare bestemd voor exploitatie, vaak zonder rekening te houden met de woon- en leefomgeving van de Papoea’s die er wonen.

Free_port

Minderheid in eigen land
De komst van multinationals naar West Papua zorgt voor een overeenkomstige trek van Indonesiërs naar West Papua. Daarnaast wordt transmigratie (van meestal de allerarmsten) van andere provincies van Indonesië gestimuleerd en gesubsidieerd door de overheid die er snel een echte Indonesische provincie van wil maken. De Papoea’s zijn momenteel niet in staat te “concurreren’’ met de enorme aantallen Indonesische transmigranten. In 1952 was slechts 2 procent van de bevolking niet autochtoon Papoea, in 2000 was dat al 35% en in 2005 was dat al 41%. Als deze trend zich voortzet zijn de Papoea’s in 2011 een minderheid in eigen land geworden. 2
Transmigratie, commerciële houtkap en mijnindustrie zijn slechts enkele voorbeelden van Indonesische politiek in West Papua, waarbij de belangen van Jakarta voorop staan en de (land)rechten van Papoea’s niet meetellen. Bovendien zorgt de aanwezigheid van buitenlandse bedrijven voor Indonesische militaire bewaking die vaak met geweld optreden tegen protesterende Papoea’s. Het Indonesische leger heeft sinds 1962 schuld aan de verdwijning van meer dan 100.000 Papoea’s, ongeveer 10% van de bevolking (!).

Verandering
Met de val van voormalig dictator Soeharto in 1998 is Indonesië is het toneel geworden van turbulente ontwikkelingen en drastische veranderingen. Zo werd president Susilo Bambang Yudhoyono in 2009 opnieuw gekozen tot president en zijn de eerste stappen gezet voor een democratisch Indonesië. Ook in West Papua is er sinds de val van Suharto meer openheid en meer vrijheid van meningsuiting. De meest recente verandering voor West Papua is de speciale autonomie (Otsus) die officieel 1 januari 2001 van kracht is gegaan: Papua – de nieuwe naam voor Irian Jaya – is daarmee officieel een zichzelf besturende provincie van Indonesië geworden. Het zou een herverdeling van de rijkdom betekenen: 80% van de inkomsten uit bosbouw en visserij, 70% van de inkomsten uit de mijnbouw zijn voor Papua zelf. Er is echter nog een lange weg te gaan voordat de speciale autonomie een voldongen feit zal zijn. Vooralsnog blijkt de (bestuurlijke) uitvoering ervan een mislukking, waarvan alleen een bestuurlijke elite profiteert. Het is dan ook geen wonder dat de meeste Papoea’s teleurgesteld zijn in de speciale autonomie-status en dat het overgrote deel van de bevolking zich nog steeds wenst af te scheiden van Indonesië. Sinds december 2001 is de internationale solidariteitsbeweging West Papua (mensenrechtenorganisaties wereldwijd die zich inzetten voor het recht op zelfbeschikking voor de Papoea’s) een internationale campagne begonnen voor herziening van het VN-besluit van 1969 over West Papua. Het falen van de VN om een goed referendum te garanderen heeft immers geleid tot tientallen jaren van lijden. Ook studentenbewegingen, culturele en religieuze organisaties in West Papua en daarbuiten roepen de VN op om een van de zwartste bladzijdes uit haar geschiedenis recht te zetten.

Dialoog
Ook democratisch Indonesië beseft dat onderdrukking geen goede sier maakt, en zeker geen manier is om de Papoea’s het gevoel te geven bij de grote republiek Indonesië te horen. In Papua gaan er stemmen op om de dialoog aan te gaan met Indonesië en erkenning van de mensenrechtenschendingen en geschiedenis van Papua, waarin militaire onderdrukking door Indonesië wordt benoemd en schuldigen worden berecht, een Papua-versie van zogeheten waarheidscommissies. Vooralsnog blijft dialoog echter een moeilijk punt: insteek van de Papoea’s is onafhankelijkheid, die van Indonesië is de integriteit van de eenheidsstaat van de Republiek Indonesië.

Otsus
Na vijftig jaar voelen de Papoea’s zich nog steeds geen Indonesiër, ondanks de verwoede pogingen van Indonesië om de Papoea te ‘’javaniseren’’. Geen wonder, want om met de woorden van de in 2001 vermoorde Papoea leider Theys Eluay te spreken: ‘’Wat voor volk doodt zijn eigen mensen? Een Barbaars volk!’’ Hoewel de Papoea’s een minderheid zijn geworden in Papua, blijft de roep om onafhankelijkheid onverminderd, zo blijkt uit de vele, massale demonstraties waarin een referendum en het recht om zelfbeschikking wordt geëist. Zoethoudertjes als de in 2001 geïmplementeerde Speciale Autonomie (Otsus) voor Papua doen daar niets aan af. Sterker nog, deze Speciale Autonomie status heeft veel frustratie opgeleverd onder het Papoea volk, omdat het geld dat hiermee gemoeid was is blijven steken in bureaucratie, nieuwe commissies, extra beambten (niet zozeer uit Papua) en corruptie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Speciale Autonomie op basis van overleg tussen NGO’s, kerkelijke, culturele en adatgroeperingen officieel mislukt werd verklaard en teruggeven aan Jakarta. Ook de speciaal in het leven geroepen commissie UP4B die de implementatie van de Speciale Autonomie wet moet versnellen komt als mosterd na de maaltijd. Saul Bomay, vm. politiek gevangene hierover tijdens een overleg in Jayapura met regeringsvertegenwoordigers uit Jakarta afgelopen augustus: “De Papoea’s hebben de Speciale Autonomie Status verworpen. Nu hebben ze UP4B gegeven. Wat is dat in vredesnaam? Wij Papoea’s wijzen ook UP4B af. Wij willen een referendum.’’

De situatie is complex: sinds het democratiseringsproces in Indonesië op gang gekomen is maken ook Papoea’s gebruik van de democratische ruimte die hen geboden wordt. Maar de teleurstelling is dan ook groot als blijkt dat de Otsus in de praktijk niet werkt, de mensenrechten nog steeds geschonden worden (en zelfs zijn toegenomen onder de vorige president SBY) en West Papua nog steeds van zijn natuurlijke hulpbronnen wordt beroofd. De nieuwe president Joko ‘’’Jokowi’’ Widodo die 20 oktober jl. werd geïnstalleerd heeft beterschap beloofd en erkent dat de problemen in Papua zijn speciale aandacht verdienen. Onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur noemde hij als aandachtsgebieden, in de hoop dat de politieke aspiraties voor vrijheid zullen afnemen.


1  Malay Times, Kuala Lumpur, 23 oktober 1963

2 The Jakarta Post, 25 oktober 2009, Carmel Budiardjo